Bijbeltijd (teksten aangehaald uit de NBGvertaling)
Psalmen 1:3 Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; al wat hij onderneemt, gelukt.
Psalmen 37:19 in boze tijd zullen zij niet beschaamd worden, in dagen van hongersnood zullen zij verzadigd worden.
Psalmen 102:13 Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen, want het is tijd haar genadig te zijn, want de bepaalde tijd is gekomen;
Psalmen 104:19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden, de zon kent de tijd van haar ondergang.
Psalmen 104:27 Zij alle wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd;
Psalmen 105:19 tot de tijd, dat zijn woord uitkwam, de uitspraak des Heren hem in het gelijk stelde.
Psalmen 119:126 Het is tijd voor de Here om te handelen, zij hebben uw wet verbroken.
Psalmen 145:15 Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun te zijner tijd hun spijze;
Spreuken 15:23 Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd!
Prediker 3:1 Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd;
Prediker 3:2 er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken,
Prediker 3:3 een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen,
Prediker 3:4 een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen,
Prediker 3:5 een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden,
Prediker 3:6 een tijd om te zoeken en een tijd om te laten verloren gaan, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen,
Prediker 3:7 een tijd om te scheuren en een tijd om dicht te naaien, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,
Prediker 3:8 een tijd om te beminnen en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
Prediker 3:11 Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.
Prediker 3:17 Ik zeide bij mijzelf: Over de rechtvaardige en de onrechtvaardige zal God gericht oefenen, want er is voor elke zaak en voor elk werk een bestemde tijd.
Prediker 7:14 Wees goedsmoeds in tijd van voorspoed, maar denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken.
Prediker 7:17 Wees niet te zeer goddeloos en wees geen dwaas; waarom zoudt gij sterven voor uw tijd?
Prediker 8:5 Wie het gebod in acht neemt, zal geen kwaad ondervinden, en het hart des wijzen kent tijd en wijze.
Prediker 8:6 Want elk ding heeft zijn tijd en zijn wijze; immers het kwaad des mensen drukt zwaar op hem.
Prediker 9:11 Wederom zag ik onder de zon, dat niet de snelsten de wedloop winnen, noch de sterksten de strijd, noch ook de wijzen het brood, noch ook de schranderen de rijkdom, noch ook de verstandigen de gunst, want tijd en toeval treffen hen allen.
Prediker 9:12 Want ook de mens kent zijn tijd niet, evenmin als de vissen, die in het verraderlijke net gevangen worden, evenmin als de vogels, die in het klapnet gevangen worden. Evenals zij worden de mensenkinderen verstrikt ten tijde des kwaads, als dit hen plotseling overvalt.
Prediker 10:17 Heil u, o land, welks koning een edele is, welks vorsten maaltijd houden te rechter tijd, als mannen en niet als dronkaards.