Denkend aan Holland
Uit: HP de Tijd 24.06.2005

"Kinderen moeten eens naar de kerk"

Thomas Rosenboom schreef een pamflet over het onbeschofte gedrag van de moderne Nederlander. "Kinderen worden niet meer afgeremd."
In het pamflet 'Denkend aan Holland' ziet u een land dat zijn beschaving is verloren.

"Als ik de grens overga, naar België of Duitsland, kom ik in een wereld van wellevendheid terecht, waarin mensen elkaar nog ruimte en rust gunnen. Die wereld komt mij niet vreemd voor, maar juist vertrouwd, omdat ik me die herinner van vroeger."

Wat valt u dan op in het buitenland?
"Mensen zijn beleefder. Er wordt niet geschreeuwd. Vreemde mensen staren je niet aan. Ze fluisteren met elkaar om de ander niet tot last te zijn. Er is nog plaats voor subtiliteiten. Je kunt je nog met kleine stembuigingen overdragen aan de ander. Er wordt gegniffeld en gegiecheld in plaats van gebruld. Ik denk dan niet: wat doen die Fransen raar, maar: wat doen ze normaal."

En wat denkt u in Nederland?
"Ik durf in Nederland alleen nog maar naar heel dure restaurants te gaan, waar oude mensen komen die zachtjes praten. Een restaurant met jonge mensen is geen genoegen meer. Daar moet je twee uur lang met stemverheffing praten. Dan kun je zeggen: bij ons kunnen mensen zich lekker vrij uiten. Ja, diegene met de allerhardste stem misschien. Maar voor mij brengt dat juist onvrijheid met zich mee."

U ergert zich vooral aan Nederlandse kinderen?
"Ja, het valt me op dat ouders in Griekenland, Duitsland of Frankrijk zo anders met hun kinderen omgaan. Kinderen kunnen gewoon nog met hun ouders mee, bijvoorbeeld naar het natuurhistorisch museum, zonder dat ze gelijk op de rug van een kangoeroe gaan zitten."

Hoe zou dat komen?
"Ik denk doordat Nederlandse kinderen een centralere plaats hebben gekregen in een gezelschap dan vroeger. Kinderen hoeven nergens meer naar toe waar het voor hen 'niet leuk' is. Daardoor krijgen ze het idee dat alles om hen draait. Ze worden ook niet meer afgeremd. Ik kreeg vroeger de hele dag te horen: 'schreeuw niet zo', 'sla niet zo met die deur', 'laat die mevrouw eens voorbij'. Volwassenen gingen met elkaar praten zonder dat er enige aandacht aan mij werd besteed. Daardoor heb ik geleerd mezelf bezig te houden zonder anderen te hinderen."

Hoe ver gaat uw ergernis aan de jeugd van tegenwoordig?
"Heel ver. De basis van mijn pamflet is geen ergernis, maar een gevoel van angst."

Waar bent u bang voor?
"Voor het gemak waarmee moderne vrolijkheid kan omslaan in geweld. Dat voel je als je langs een schoolplein loopt: dat gekrijs dat door merg en been gaat. Dat constante rennen en tegen ballen aan schoppen. Ik voel daar een dreiging van geweld in. Je zult een kind hebben dat je op zo'n schoolplein moet achterlaten."

U heeft zelf geen kinderen?
"Nee. Nog niet."

U vindt dat ouders hun kinderen niet meer opvoeden. Wanneer is de klad erin gekomen?
"Een jaar of dertig geleden werd het ineens burgerlijk gevonden om met je mond dicht te eten. Vrijgevochten ouders hebben hun kinderen dat dus maar niet meer aangeleerd. Terwijl ik denk dat het eten met je monddicht een duidelijke functie heeft. Dat er geen etensresten bij andere mensen in het gezicht komen. En dat zij niet naar die malende kaken met een papje ertussen hoeven tekijken. Daar is dat voor bedoeld. Om de ander te ontzien."

Maar Nederlandse ouders willen vooral niet burgerlijk zijn.
"En ze willen kinderen niet remmen in hun natuurlijke nieuwsgierigheid en onderzoekingsdrang. Ouders zijn opgehouden hun kinderen te beperken. Ze moedigen kinderen juist aan om te rennen en zich altijd maar te uiten. En de televisie volgt hen daarin. Neem Sesamstraat, een subversief programma. Het begint al met dat gemene lied. Kleine kinderen mogen volwassenen voortdurend hinderen. En die staan daar dan ontzettend om te lachen. Dat zie je ook in reclames vlak voor Sesamstraat: door zich te misdragen krijgen kinderen hun zin."

Kinderen van nu moeten onmiddellijk in hun behoeften bevredigd worden.
"Als ik vroeger als kind naar een verjaardag ging, was ik verlegen. Laatst was ik op een kinderfeestje, komt er een jochie naar me toe: 'Waar is de cola?' Hij dacht zeker: ik heb recht op cola en die vent met die bril is er om mij te bedienen. Een kereltje van drie; moet je je voorstellen hoe hij is als hij straks tien is."

U pleit voor de schoonheid van de 'beheersing'. Wat bedoelt u daarmee?
"Het is te vergelijken met de tango dansen. Dan mag je heel veel dingen niet: hossen, of met je armen wieken. Maar vanuit die beperking bereik je een veel grotere mate van expressie dan wanneer je zogenaamd 'vrij' danst op van die stampmuziek."

Het zou goed zijn kinderen wat meer te beperken?
"Ze moeten leren dat je af en toe dingen moet doen waar je geen zin in hebt. Zoals een hand geven. Als je dat niet leert, ben je binnen de kortste keren een griezel van een egoïst."

Moderne ouders hebben moeite om de baas te zijn.
"Zo heb ik vroeger mijn hond bedorven. Ik was dol op die hond. Ik ging op de grond kruipen en met hem spelen. Die hond dacht: heeft hij niets beters te doen dan mij te vermaken? Als ik hem riep in het park, luisterde hij niet. '0, dat is die knecht van mij, laat hem maar naar mij toe komen.' Ik liep de hele dag achter hem aan. Ik denk dat je pas een baas bent als je je mindere kunt negeren. Zo voeden panters hun kinderen op. Ouders dwingen respect af als ze hun kinderen af en toe negeren of net doen alsof. Dan denkt zo'n kind: laat ik maar lief zijn, dan krijgik straks misschien een beloning: aandacht."

Hoe krijgen ouders hun autoriteit terug?
"Deze generatie zou eens wat minder tijd aan hun kinderen moeten besteden. Zet je kind gewoon eens in de box en ga een telefoongesprek voeren. Iedereen roept altijd dat klassen kleiner moeten. Maar ze moeten juist groter. En ik pleit voor een experiment: een school waar niet geschreeuwd wordt. Stel je voor, wat een rust. Het zou het einde zijn van het onderwijzerstekort. En het zou goed zijn voor de kinderen zelf. Ze zitten altijd maar in de herrie, daar word je toch dol van? We zouden kinderen weer gewoon eens naar de kerk moeten sturen, omdat daar een sfeer heerst waar je eerbied voor moet leren opbrengen. Dat hebben ze nooit geleerd: een sfeer niet verstoren."

Want Nederlanders denken dat je altijd jezelf moet kunnen zijn.
"Waren mensen maar iets minder zichzelf. Je kunt niet zeggen dat de moderne Nederlander niet goed in zijn vel zit. Hij heeft geen enkel probleem met zichzelf. Huisartsen krijgen een klap als ze mensen niet de pil voorschrijven waar ze om vragen. Daarom wil niemand nog huisarts worden. Niet omdat huisartsen te weinig verdienen of omdat het geen leuk beroep is, maar omdat ze met het Nederlandse publiek in aanraking komen. Ziekenhuisbroeders en onderwijzers moeten op karatecursus."

Te veel mensen menen ergens 'recht' op te hebben?
"De democratiseringsbeweging is nergens zover doorgeslagen als in Nederland. Ik heb het zelf meegemaakt in de jaren zeventig aan de universiteit dat studenten zichzelf een cijfer mochten geven. Dat kon alleen in Nederland. Dat komt doordat het zo'n klein landje is. Een klein bootje deint op elke golf mee. Toen was het de linkse collectivistische beweging. Nu is Nederland weer het meest rechtse land van Europa."

Maar we hebben toch juist het motto: 'doe maar gewoon,
dan doe je al gek genoeg'?

"Dat is allang niet meer zo. Neem de Oranje-supporters met hun malle uitdossingen. Ieder Nederlands volksfeest heeft diezelfde uitzinnige banaliteit. Of het nou voetbal is, of de Elfstedentocht of Koninginnedag."

U vindt de nadruk op 'integratie' dan ook misplaatst?
"Het zou eigenlijk moeten gaan over het onbeschaafde gedrag van sommige jongeren. Die zouden op hun vingers moeten worden getikt. Ik vind het onrechtvaardig alle allochtonen over een kam te scheren. Voor mij hoeft niet iedereen in Nederland zich als een Nederlander te gedragen. Liever niet. Ik vind het fantastisch dat Chinezen met stokjes eten in plaats van met mes en vork. Zolang niemand last van ze heeft, laat ze dan in vredesnaam met rust. Het Chinese nieuwjaar stelt tenminste nog wat voor. Bij ons wordt er alleen nog maar gehost. Moeten wij die mensen onze cultuur gaan bijbrengen?"

Thomas Rosenboom: Denkend aan Holland, Querido, ISBN 90 214 7624 X